De zondagochtend is guur zodat de baasjes die eigenlijk hun honden al lang uit hadden moeten laten zich nog eens hebben omgedraaid. Ik rem en stap van mijn fiets om met de verrekijker over de vogels op het nog stille strandje aan de Rietplas te laten gaan.
Kleine mantel-, kok- zilver en stormmeeuwen zitten er samen met een paar kieviten rustig hun veren te poetsen of nemen een bad in het ondiepe water. Een zilvermeeuw trekt m’n aandacht omdat z’n vleeskleurige poot iets kleurigs lijkt te hebben. Als ik de telescoop uit de fietstas heb gehaald kost het weinig moeite om de lettercode van een lichtgroene pootring af te lezen. Het lukt zelfs om een paar goed foto’s door de scoop te maken.
Na enig zoeken op http://www.cr-birding.be/ vind ik gegevens over het onderzoeksproject waarvoor deze vogel werd geringd en kan ik contact leggen met de bekende zeevogelonderzoeker Kees Camphuijsen die per kerende post enthousiast op mijn melding reageert.
Het blijkt een vogel met een verhaal: Het is een vrouwtje dat dit jaar op 27 mei werd gevangen en geringd. Ze kreeg toen door de onderzoekers eveneens een piepklein radiozendertje op een staartveer geplakt waarmee haar nestbezoeken werden geregistreerd. Ze broedde 3 eieren uit, waarna ze 1 jong op de wieken kreeg. Na het broedseizoen werd ze nog één keer gezien bij een vuilverwerkingsbedrijf in Amsterdam.
Camphuijsen was erg blij om een teken van leven over haar te krijgen, omdat ze in het broedseizoen een paar deerlijk beschadigde zwemvliezen had opgelopen; wellicht bij een bezoek aan zo’n vuilnisbelt of vuilverwerker. Omdat haar nest op een steenworp afstand had gelegen van het huis waar we dit jaar weer een heerlijk zomerse vakantie doorbrachten werd het helemaal bijzonder om haar zo dicht bij huis te ontmoeten.
31 oktober 2010,
Sjerp Weima


